Bovenbouw: Ik ben Vincent en ik ben niet bang

Gepubliceerd op 7 mei 2024 om 19:58

Ik ben Vincent en ik ben niet bang

Enne Loens & Maartje Kuiper

Luitingh Sijthof

 

Korte samenvatting:

Vincent wordt op school heel erg gepest, het is voor hem een echte survival. Hij bereidt zich iedere dag voor op allerlei rampen. Hij heeft hiervoor een survivalkit bij zich en kent het survivalhandboek uit zijn hoofd. Maar het allerergste moet nog komen: het schoolkamp. Hij heeft nog zeven dagen om zich voor te bereiden en dan komt er ook nog een nieuw meisje bij hem in de klas, ze heet De Jas.

 

Spelletjes in de klas:

Zelfvertrouwen en grenzen aangeven voor kinderen is heel belangrijk. Laat kinderen met elkaar spelletjes doen om het zelfvertrouwen te vergroten. Het leren aangeven van grenzen is ook heel belangrijk. Je eigen grenzen durven stellen en aangeven dat je iets niet leuk vindt is voor sommige kinderen heel makkelijk, maar voor velen ook niet. Eenvoudige spelen als staande stoeispelen kunnen eenvoudig in de klas gedaan worden, zoals onderstaand spel:

-twee kinderen tegenover elkaar. Handen gaan tegen elkaar aan (plat) en voeten stevig op de grond. Probeer elkaar uit balans te duwen. Wie verzet het eerst een voet?

Eventueel kan dit moelijker worden gemaakt door op 1 been te gaan staan.

 

Spelen op het plein:

Lummelen op het plein.

Meestal wordt lummelen met 3 kinderen gespeeld. 1 staat in het midden en de andere twee gooien de bal over. Heb je de bal aangeraakt of gepakt? Dan wisselt de lummel met diegene die de bal als laatste heeft aangeraakt. Vaak worden hierbij hoge ballen gespeeld die eigenlijk niet te vangen zijn. Met een paar simpele aanpassingen wordt het spel net wat leuker voor de lummel (want wie wil er nu graag lang in het midden staan…)

-speel het spel met 2 kinderen en 1 lummel, 3 kinderen en 1 lummel, 3 kinderen en 2 lummels, 4 kinderen en 2 lummels, 4 kinderen en 3 lummels. Het kan nog groter, maar dan duurt het erg lang voor je een bal krijgt. Beter is het om een nieuw spel op te starten.

Regels:

-de bal moeten worden gespeeld met een stuit, een bal die zonder stuit wordt gespeeld, telt niet

-spelers mogen bewegen van hun plek en staan niet op een vaste plek

-hebben de kinderen de bal 5x overgespeeld zonder dat de lummel(s) de bal heeft gepakt of aangeraakt? Dan hebben zij gewonnen. De lummel wisselt van plek met een kind en diegene wordt de nieuwe lummel. Zijn er meerdere lummels, dan wisselen ze allemaal van plek met een kind.

-Iedere keer dat de keten van 5 wordt onderbroken doordat de lummel de bal heeft gepakt of aangeraakt, begint het tellen voor de 5x opnieuw.

-de lummel(s) kan ook aan 5 punten komen, door de bal steeds te onderscheppen. Heeft de lummel eerder 5x een punt? Dan heeft die gewonnen en wisselt die ook van plek met een ander kind.

 

Water en vuur (diamantroof/ pionnenroof)

De groep wordt in tweeën verdeeld: groep water en groep vuur. Ieder gaat achter zijn eigen lijn staan (ongeveer 30 meter uit elkaar). Voor de groep vuur komt een pylon te staan. Deze staan op 1 á 1,5 meter van de lijn.

De groep water moet proberen de pylon te pakken. Zij lopen/ rennen naar de pylon en proberen de pylon te krijgen zonder getikt te worden.

Wordt je door de groep vuur getikt dan ben je tijdelijk uit het spel.

Ben je op tijd achter je eigen achterlijn dan is er niets aan de hand.

Is er iemand van de groep vuur die is gaan rennen maar niemand heeft getikt? Dan is die tijdelijk uit het spel.

De groep vuur moet proberen de groep water allemaal te tikken voor ze de pylon hebben gepakt. Tik je degene die met de pylon is gaan rennen? Dan zet je de pylon weer terug en is de getikte tijdelijk uit het spel.

 

Regels voor groep vuur:

Voet over de lijn? Dan moet je rennen om iemand van de groep water te tikken

Niemand getikt? Dan uit het spel tot de pylon gepakt is of de groep water op is.

Iemand getikt? Dan mag je nog meedoen en ga je weer achter je eigen lijn staan

 

Regels voor groep water:

Ben je getikt? Dan ben je uit het spel tot de pylon is gepakt of de groep water op is

Ben je getikt en heb je de pylon in je handen? Dan zet je de pylon terug en ben je tijdelijk uit het spel.

 

 

Levend stratego,

dit spel is leuker op een groter veld dan het schoolplein. Het liefst een veld met bosjes, bomen, struiken. De groep wordt in tweeën gesplitst. Iedere groep is een kleur en verstopt zijn eigen vlag. Dan krijgen alle kinderen een kaartje met daarop een plaatje van hun rang. Iedere groep heeft een plek (bunker) waar zij niet getikt mogen worden en waar ze nieuwe kaartjes kunnen halen. De beide partijen gaan de vlag van de tegenstander zoeken. Deze kan verdedigd worden doordat er bijvoorbeeld een gele speler een blauwe tikt. Dan laten de spelers elkaar hun kaartje zien. De andere spelers mogen dit niet zien, om vals spelen te voorkomen. De sterkste krijgt het kaartje van de tegenstander en brengt dat naar zijn eigen bunker en geeft het aan de begeleider/scheidsrechter. De speler die zijn kaartje kwijt is haalt een nieuw kaartje bij zijn bunker. Als beide spelers even sterk zijn, wisselen zij van kaartje en halen beide een nieuw kaartje. Teamleden mogen samenwerken door kennis over de rang van de tegenstander te delen. Bijvoorbeeld door op een Bom van de tegenstander iemand met het kaartje Mineur af te sturen. Wanneer de vlag van de tegenpartij is gevonden, moet deze naar de eigen bunker gebracht worden. Als een speler de vlag heeft, mag deze nog wel getikt worden. Pas als de vlag in de andere bunker ligt, is het spel voorbij en haalt de winnende groep zijn vlag op. Het spel kan eventueel opnieuw worden gespeeld.

Een andere versie die vaak wordt gedaan is dat in plaats van strategokaarten speelkaarten worden uitgedeeld. Hierbij is elk team een ander soort kaartspel en gaat de volgorde van sterkte van 2 naar aas. Eventueel kan er nog een of twee azen uit het spel worden gehaald.

Voor jongere kinderen wordt de variant met dieren ook gebruikt. Olifant is dan de sterkste, maar die kan wel worden uitgeschakeld door de muis.

 

Bewegingsonderwijs:

Het spel lummelen wat op het plein gespeeld kan worden, kan ook in de gymzaal gedaan worden.

 

Zet een conditiecircuit klaar in de gymzaal en laat de kinderen steeds alles 1 minuut doen. Ze werken in 2tallen. 1 kind telt hoe vaak de ander iets doet en schrijft dit na 1 minuut op een scorekaart. Dan wisselen (andere kind telt). Na twee minuten doordraaien naar een ander onderdeel. Als leerkracht houd je de tijd bij. Probeer onderdelen meerdere malen uit te zetten, zodat er meerdere kinderen tegelijk bij dat onderdeel kunnen. Zorg dat je scorekaarten en pennen meeneemt naar de gymzaal.

Dot conditiecircuit kan ook op het plein gedaan worden. Kijk wat er mogelijk is op het plein (zandbakrand, lijnen, muren, paaltjes, evenwichtsbalk, springtouw, bal, pionnen, etc.).

 

Het spel pionnenroof kan ook in de gymzaal worden gedaan.

 

Stoeispelen zijn belangrijk voor het zelfvertrouwen van het kind. Doe deze spelen met enige regelmaat tijdens de gymlessen. Er zijn veel varianten te vinden op het internet. Stoeispelen op een matje: boomstam rollen, tafeltje duwen, bal afpakken, staartje trekken. Stoeispelen met een hoepel: trek elkaar in de hoepel. Met een bal: wie kan de ander het eerst op de bal laten zitten. Etc.

 

 

https://nl.pinterest.com/jafgiraf/boekenbingo-ik-ben-vincent-en-ik-ben-niet-bang/?eq=boekenbingo%3B%20ik%20ben&etslf=NaN

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.