Bovenbouw: Ministerie van oplossingen

Gepubliceerd op 7 mei 2024 om 21:52

Het Ministerie van oplossingen (Sanne Rooseboom & Mark Janssen)

Korte samenvatting:Nina krijgt op een dag een brief te zien van Ruben, ze besluit de brief te gaan lezen. Samen met haar vriendin Alfa probeert ze de schrijver van de brief te vinden. Eigenlijk is de brief voor het Ministerie van Oplossingen bedoeld, maar ja, Nina weet ook niet waar ze die kan vinden. Ze maken kennis met Ruben en zijn buurvrouw en komen er achter dat het ministerie wel heeft bestaan. Eigenlijk zou er een nieuwe moeten komen, maar daar mag niemand achter komen. Helaas is Sophia, een gemeen meisje uit de klas van Ruben, aldoor bij hen in de buurt. Nina, Alfa, Ruben en de buurvrouw doen hun best voor het ministerie.

Dit boek vraagt om spelletjes met oplossingen. Te denken valt aan

Spelletjes in de klas (bewegend leren):Net als bij echt memory is het doel van dit spel om twee van dezelfde te vinden. Hier wordt niet met kaartjes gespeeld, maar met bewegende personen.De twee memory spelers gaan buiten het zicht van de rest van de groep staan. De rest van de groep maakt tweetallen. Elk tweetal verzint een korte beweging. De groep gaat in rijen staan, met de tweetallen verspreid door elkaar.De memory spelers komen nu weer terug en beginnen het spel. Een speler wijst twee leden van de groep aan. Deze doen hun beweging die ze vooraf hebben afgesproken. Doen de twee dezelfde beweging, dan heeft de speler een memory en mag nog een keer. Het tweetal gaat bij hem in de buurt staan. Zijn de bewegingen anders, dan is de andere speler aan de beurt.Tips:Neem niet je beste vriendje als je tweetallen maakt, want dat is voorspelbaar.In plaats van een beweging kan je ook een dansje, versje of liedje doen.

Spelen op het plein (of bos/groot veld, etc):Levend cluedo, leuk voor kamp!Maak aftekenkaarten en zorg voor losse kaartjes. De hoeveelheid kun je zelf bepalen, maar minimaal 5 per catergorie. De categorieën zijn: plaats (waar is het gebeurd)dader (wie heeft het gedaan)waarmee (waarmee is de misdaad gepleegd)eventueel kun je er meerdere categorieën aan toevoegen: tijd (hoe laat is het gebeurd) en waarom (wat is de reden voor de misdaad). In plaats van een misdaad kun je ook een ander probleem verzinnen. Bijvoorbeeld: wie is er uit de dierentuin meegenomen? Door wie, hoe en waarheen?

Vooraf neem je uit alle 3 (of 5)de categorieën een kaart die je apart houdt. Alle overige kaarten hang je op in het speelgebied. Het leukst is het om het ergens te doen met 'geheime hoekjes' waar je niet gelijk alles ziet hangen zoals een bos of het hele kampterrein.Je vertelt de leerlingen een verhaal over een misdaad die gepleegd is, maar dat dader/plaats/voorwerp niet duidelijk is. De leerlingen krijgen het invulblad en een potlood mee en gaan op jacht. Alles wat je vindt kruis je aan. Zo houd je uiteindelijk drie lege vakken over: de oplossing! Wanneer je met een klassement werkt laat je de bladen die klaar zijn op volgorde inleveren en kun je er zo punten aan geven.

Een andere variant hiervan:Zorg dat je genoeg hulp hebt, net zoveel mensen als categorieën. Iemand heeft dus de categorie: plaats, een ander: wapen en een derde: dader. Je kunt wederom meer categorieën toevoegen. Deze personen verspreiden (verstoppen) zich over het gebied. Groepjes kunnen op zoek gaan naar deze mensen. Ze weten niet welke categorie er bij die mensen hoort. Je mag alleen een vraag stellen waar ja, nee, weet ik niet op geantwoord mag worden. Er mag niet gevraagd worden welke categorie ze hebben. Ben je bij een persoon geweest, dan moet je eerst naar een andere persoon toe, voor je weer terug mag. Anders kan je aldoor bij dezelfde persoon blijven staan. Je kunt bijvoorbeeld vragen: Is de dader een man? Vraag je het aan diegene die die categorie heeft, dan is het antwoord: ja of nee. Bij ja, kun je de vrouwelijke daders wegstrepen. Bij nee, streep je de mannen weg. Zegt diegene: weet ik niet! Dan weet je dat diegene niets over de dader weet, maar een andere categorie heeft. Zo probeer je zo snel mogelijk op te lossen wie de moord heeft gepleegd, met wat en waar.

Bewegingsonderwijs:-levend mastermindEen persoon mag vijf gekleurde kaartjes verborgen neerleggen. Dit kan bijvoorbeeld achter een kastdeel. De anderen mogen zo snel mogelijk om de beurt een gekleurd hoedje/ kaartje op de juiste plaats leggen. Degene die achter Mastermind, in dit geval, de kast zit, geeft aan of het hoedje/kaartje goed ligt of niet. Dat doet diegene door het blokje rechtop te zetten. Ook mag daarnaast één keer twee hoedjes verplaatst worden. Heb je een kaartje neergelegd of een hoedje/kaartje verplaatst dan ren je snel terug naar je groepje en dan mag de volgende rennen. Wie heeft als eerste de code gekraakt?

-levend boter, kaas en eierenJe hebt nodig: 9 hoepels, 2 x 3 pittenzakjes in twee verschillende kleuren (of gebruik 2 x 3 gekleurde lintjes)Leg de 9 hoepels neer in een vierkant van 3 x 3. Maak twee groepjes kinderen van 3 tot 5 kinderen. Elk groepje krijgt 3 pittenzakjes en staat op een zelfde afstand van het vierkant (neem bijvoorbeeld de halve zaal als afstand).Het doel van het spel is om in drie hoepels op een rij een pittenzakje van de eigen kleur neer te leggen. Op een teken van de leerkracht begint het spel. Het eerste kind van beide groepjes rent naar de hoepels en legt daar 1 pittenzakje in een hoepel. Daarna rennen de kinderen terug en tikken de volgende kinderen aan. Die rennen ook naar de hoepels en leggen de pittenzakjes in een hoepel. Daarna volgen de derden met een pittenzakje. Als er nu nog geen drie op een rij is gemaakt mag daarna elke volgend kind een pittenzakje van de eigen kleur verplaatsen. Dit gaat door tot er drie op een rij is.Je kunt dit spel ook bij het wandrek spelen in plaats van met hoepels. Dan gebruik je lintjes die moeten worden opgehangen in een vooraf bepaald vierkant.

-levend memoryZorg voor veel memories van een bepaald thema. Je kunt ook plaatjes, woorden en tekst uit het boek gebruiken. De ene helft van de memories komen in de gymzaal te liggen. De andere helft (het zelfde kaartje wordt verdeeld onder de groepjes leerlingen. Zorg dat je evenveel pionnen/blokjes of ander materiaal hebt, waarmee je de memories, die in de gymzaal liggen, kunt afdekken. De kinderen kunnen zo niet gelijk zien wat er onder ligt. Aan de andere kant van de zaal hebben de kinderen groepjes gemaakt. Om de beurt rent er iemand van het groepje naar de afgedekte memories toe. Ze pakken het kaartje mee en rennen terug. Ze kunnen dan kijken of dit een memory is die ze nodig hebben. Is dit niet het goede kaartje? Dan neemt nummer 2 het kaartje weer mee terug en legt het onder een pion neer. Het kaartje wat daar lag wordt dan weer meengenomen naar het groepje. Is het een kloppende memory dan gaat de volgende met lege handen op pad. Probeer zo snel mogelijk je memory compleet te hebben. Maar onthoud ook waar de kaartjes liggen die je niet meer nodig hebt! Kom je op een gegeven moment een lege pion tegen, omdat er al veel kaartjes zijn opgehaald, dan zoek je een pion waar nog wel een kaartje onder ligt.

https://nl.pinterest.com/.../boekenbingo-ministerie.../...

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.